Sprekers

In de loop der jaren werkten de volgende sprekers mee:

Filia Kramp
Samira Bouchibti
Tamara Rosenbach
Jaap Mulder
Nico Koning
Ruud Broekhuizen
Milo Schoenmaker
Klara Smeets
Maurits Tompot
Rom Molemaker
Martijn de Koning
Jan Troost
Marion Suijker
Mohamed Amessas
Hubert Fermina
Rob Witte
Khalid Boudou
Hanneke Leroux
Manuela Kalsky
Ine Vink
Jaap Smit
Farid Azarkan
Tineke Lodders
Boris van der Ham

Vier stadsdichters werkten mee aan 21 maart. De gedichten van Hanneke Leroux, Ruud Broekhuizen en Klara Smeets zijn zelfs speciaal voor deze gelegenheid geschreven:

Spiegel

Ik wil alleen je stem maar horen
Die schreeuwde toen ik werd geboren
En verloren ondersneeuwde in een toekomst
Zonder jou;
Is er overeenkomst als ik snauw, huil, lach, zing
De dag verdring met muziek
Of was het stil toen ik ging
In doeken, een mand een bed
Langs de kant gezet, met zachte hand
Opgepakt en weggebracht
Naar een land waar ik de geluiden niet ben
Je stem niet meer herken

Ik wil alleen je hand maar voelen
die misschien even door mijn haren ging
voor jaren van herinnering
en mij losliet
Zijn ze stram, klam, klein, fijn als bij mij
Een kind zich schatert, mijn vingers
de lach van haar wangen vangt
om de dag te dragen die verlangt
naar vragen waar het loslaten begint
en het vasthouden stopt
verschopt door lege handen
die te kort zijn om te omarmen

Ik wil alleen je talent maar weten
Die je bij je draagt en ongevraagd
In huis tot een lied omzet
Of een gebed
Kun jij jezelf verliezen in muziek
Waarin elke noot een uniek
Deel van je ziel blootlegt
Dat zich subtiel aan de dood hecht
Meer nog dan aan het leven
Zweven er soms coupletten langs
Je geweten zoals ik met mijn snaren
Alles kan vergeten

Ik wil alleen je ogen eens zien
Misschien dat een opslag de lach
Van herkenning vindt, een kindsblik
Op een verjaardag
Is het dezelfde onrust die de lust
Tot leven kust, de wens dat
ieder mens liefde is en ik mijn geliefde mis
die ik nooit heb gezien
maar voelt als de spiegeling van mijn aarde
de oude nieuweling die ervaarde
dat je alleen naar thuis kunt gaan
waar je wieg heeft gestaan

Ik wil alleen maar voor de spiegel staan
En dat ik dan net zo lang kijk
Om te zien
Of ik op je lijk

Ruud Broekhuizen

 

campuran
mengsel

in mij leven de zwoele lucht die
je kleedt als een deken, de felle zon
die onze aarde tekent, voedt
de koude wind die je gloeien doet
in mij vind je schaarste en ook overvloed
restanten oorlog en ontzettend veel goeds
ik ben de andere kant van de planeet
en ook de grond hier dichterbij 
er zitten vreemde talen, rode krullen
een donker vel verborgen in mij
in mij huizen Brabanders, Chinezen
Javanen, Joden, Belgen, Portugezen
daarnaast nog Duitsers en Fransen
campuran, een waaier van mensen
ik ben gemengd, in mij 
zijn er geen grenzen

Klara Smeets

 

Bodemloze eerlijkheid

De ruigste razernij heb ik gezien in de woorden en fakkels
de je gooide vanachter het dichte gordijn. En kogels in
bonkige knieën die zich fluisterend op een kleedje legde
omdat ze hun God uitpakten in jouw stad. Met vreemde
kruiden morsten op je tafel.
Ik heb het zelf gezien.
Hoe je een grote hand legde op je zoontje en rennend
naast zijn fiets hijgend losliet en lachte. Hem krachtig
de hemel intilde en hem zoende. Wel twee keer. En jullie
hoofden bij elkaar raakten.
Ik heb het zelf gezien.
Hoe jij in zijn pupillen jezelf zag en de lepels blindheid
uitspuugde in het gras en er een ruiten kleedje overlegde.
Er een ijsje aten dat jullie samen deelden. Hij twee likjes
En jij steeds maar één.
Ik heb het zelf gezien.

Wie diep genoeg naar binnen kijkt
Het eelt van de haat wrijft
Vindt een bodemloze eerlijkheid

Ruud Broekhuizen

 

Het is december
Het is december 
het vriest de sloten dicht 
‘t verstijfde water dekt als een dunne deken
de half vergane bladeren in de singels doorzichtig toe
Je spot het ijs. Je hebt de zwakke plekken al gezien
De schaatsen onder, de handen op de rug daar ga je dan 
Je vlucht. Je vliegt. Je ijst ervan. Je schaatst de krassen uit je ziel 
Je komt van ver, uit een woestijn, maar later wil jij koning zijn van het bevroren water
Gouda. Blekerssingel. Ochtend. Kwart voor tien
Het is december 
het schittert kaarsjeslicht
de samenzang opent de harten van de mensen
verwondert, verlicht, strijkt oude wonden helend dicht
Je bent precies op tijd, staand in het stilleven van verdraagzaamheid
Dicht bij de boom, het hoofd geheven dan zet je in 
Je zingt. Je zweeft. Je gloeit ervan. Je zingt de butsen uit je ziel
Je bent van hier. Je hoort erbij. Kind van de stad. Vrede is ook jou gegeven. 
Markt Gouda. Avond. Kwart voor zeven 

Hanneke Leroux

 

Het krokust en narcist

zoals al jaren
weer geweldig
aan onze kant.
In dobberend licht
van verwachting
versieren wij de
korte rokken
die parade houden
langs de feesttafels
van wijn en bier.
En vieren vrijheid
in kogelvrije weldaad
van overdaad
dat elke lente
opnieuw ontpopt
in dit verrukkelijke land
waar iedereen past.
Ik schenk je nog eens in
want dit leven is te mooi
om niet te delen.
Het tulpt en blauwe druift
zoals altijd
fantastisch
bij ons.
Maar kom niet.
Blijf thuis.
Vertrap
onze bloemen niet.
Sta niet
in onze zon.
Dus.
Kom.
Niet.

Ruud Broekhuizen

 

Rafels van de Ziel

Als ik met mijn vingers
langs de rafels van je ziel ga
je raak op je aller teerst
waar de wraak heerst
de wrok in zijn hok
ongedurig stampt
en liefde verdampt.
Zul je dan vechten?

Zal ik je stem herkennen
als ze overslaat
in geweld versmelt
en je ogen verstillen
in spiegelloos hard
zonder mededogen
voor de vijand.
Als ik dat kan zijn?

Kun je lopen
langs de vlammen
van het vroeger
en verscherfde dromen
de rook opstoken
als ik schreeuw te stoppen
je genade geef.
Schop je dan nog na?

Rest er nog iets
van een mens
als de messen vallen
en bloed wegspoelt
langs de verzoening
die zijn hand
uitsteekt naar het verstand.
Zou dat nog kunnen?

Als ik met mijn vingers
de rafels van je ziel raak
wil je dan zoeken
naar het goede
mij optillen en zo ver dragen
tot onze lippen elkaar
in slaap raken.
Wil je dat doen?

Ruud Broekhuizen

 

Wij

kun je mijn handen verstaan?
ze spreken jouw taal, als je luistert.
en mijn ogen praten met jou,
of ik nu klets of fluister.

ook al lees ik alle letters
anders dan jij ze gebruikt
je kunt me vast begrijpen
als je in mijn wereld duikt

ik kom niet van hier en jij
niet van daar, wij komen van overal
de planeet waarop we leven
is een gemaskerd bal

Klara Smeets

 

Vreemdeling

Ik ben een vreemdeling
in deze stad,
ik zoek een huis.

Ik wandel door de straten
en sta stil bij de kerk,
ik droom van werk
bij het beeld van de drukker. 

Een vreemdeling ben ik
in deze stad.

Breng mij mijn vrouw en kinderen of
breng mij mijn vrijheid of…

Een vreemdeling blijf ik
in deze stad.

Verraad me niet
sla je mantel om me heen

Frouwkje Zwanenburg